Op 9 november uitspraak in rechtszaak tegen Staat

29 september 2015

Op 9 november uitspraak in rechtszaak tegen Staat

Heeft artikel 5.3 van het FCTC-verdrag van de Wereldgezondheidsorganisatie inzake tabaksontmoediging rechtstreekse werking en handelt de Nederlandse Staat onrechtmatig door niet aan de bepalingen van dat artikel te voldoen? Daarover gaat het in de kern in de rechtzaak van Stichting Rookpreventie Jeugd tegen de Staat die vandaag voorkwam bij de rechtbank in Den Haag. De rechtbank doet op 9 november uitspraak.
Door de webredactie

In de rechtszaak die Stichting Rookpreventie Jeugd (SRPJ) op 8 september 2014 aanhangig maakte, draait het om de invloed van de tabaksindustrie op het Nederlandse tabaksontmoedigingsbeleid. Het FCTC-verdrag, in 2003 door de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) opgesteld en in 2005 door Nederland ondertekend en geratificeerd, bepaalt in artikel 5.3 dat de landen die partij zijn in het verdrag hun tabaksontmoedigingsbeleid moeten beschermen tegen invloed van de tabaksindustrie.

In nadere richtlijnen voor de implementatie van dit artikel wordt duidelijk gemaakt wat dit betekent: bij het vaststellen van beleid inzake tabaksontmoediging moet elk contact met de tabaksindustrie gemeden worden. Alleen als het beleid eenmaal is vastgesteld, kan er contact zijn over de praktische uitvoering daarvan, mits dat in de openbaarheid gebeurt.

Artikel 5.3 is cruciaal

De advocaat van SRPJ, mr Phon van den Biesen, begon zijn pleidooi met de vaststelling dat de aanleiding voor deze rechtszaak in de ellende ligt die de oprichtsters van SRPJ, de longartsen Wanda de Kanter en Pauline Dekker, dagelijks in hun spreekkamers zien die het gevolg is van roken. 85% van de patiënten die zij zien kampen met longaandoeningen die het gevolg zijn van roken. Zich afvragend hoe dat toch kon, ontdekten zij de grote invloed van de tabakslobby op het beleid inzake tabaksontmoediging.

Van den Biesen voerde in navolging van de WHO aan dat artikel 5.3 cruciaal is voor een effectief tabaksontmoedigingsbeleid. Zolang er geen ondoordringbare ‘firewall’ tussen de overheid en de tabaksindustrie bestaat, worden effectieve maatregelen zoals verhoging van de accijns en vermindering van het aantal verkooppunten gedwarsboomd door de industrie.

In zijn pleidooi voerde Van den Biesen drie argumenten aan op grond waarvan de Staat in dit verband onrechtmatig handelen kan worden verweten. Artikel 5.3 heeft rechtstreekse werking (dat wil zeggen dat burgers of rechtspersonen die optreden namens groepen burgers bij de rechter een beroep kunnen doen een bepaling van een internationaal recht) en is niet, zoals de landsadvocaat aanvoerde, slechts een instructienorm voor de Staat.

De Staat heeft daarnaast krachtens het Europees Verdrag van de Rechten voor de Mens de plicht de gezondheid van zijn onderdanen te beschermen en ook op die grond heeft de overheid zich te houden aan artikel 5.3 FCTC. Anders gezegd: de Staat mag zich de 20.000 doden aanrekenen die jaarlijks als gevolg van het roken zijn te betreuren in Nederland. In deze zaak laat SRPJ namelijk zien hoe ernstig de Staat tekort schiet bij het naleven van artikel 5.3 waardoor de tabaksindustrie nog altijd – ondermijnende -invloed kan uitoefenen op de ontwikkeling van beleid en regelgeving.

Tenslotte voerde Van den Biesen aan dat de Staat maatschappelijk onzorgvuldig handelt door artikel 5.3 niet volledig uit te voeren.

‘Staat laat zich niet beïnvloeden’

De landsadvocaat, mr G.J.H. Houtzagers, stelde in zijn pleidooi dat de Nederlandse overheid heel veel heeft gedaan en doet op het gebied van tabaksontmoediging en stelde dat de tabaksindustrie helemaal geen invloed heeft op het beleid van de overheid. Hij betwistte de rechtstreekse werking van artikel 5.3, net als de rechtmatigheid van het beroep op de Europese mensenrechten.

Maar zelfs als 5.3 wel rechtstreekse werking heeft, zei hij, dan is de eis van SRPJ eigenlijk overbodig, omdat de Staat met het opstellen van de notitie ‘Verduidelijking invulling artikel 5.3 WHO-Kaderverdrag’ ‘in zeer belangrijke mate’ tegemoet komt aan dit artikel. SRPJ vindt deze uitwerking op verschillende punten nog te vaag geformuleerd, zoals eerder gemeld in een apart stuk op deze site.

De rechtbank zal op 9 november 2015 om 15.00 uur uitspraak doen in een openbare zitting.

Kijk voor meer informatie over de rechtszaak hier en hier.
Download de complete dagvaarding
Download het pleidooi van mr Van den Biesen
Download het pleidooi van de landsadvocaat